Betekenis Straatnamen Mantgum

Geschiedenis

Iedereen vindt het gewoon om een adres te hebben zoals de naam van een straat, laan, singel, gracht, plein of dijk, voorzien van een huisnummer, postcode en woonplaats. Vroeger was dat anders. Toen moest je uitleggen dat je woont in, naast, achter, tegenover of vlakbij een woning waarin een bepaald beroep wordt uitgeoefend, of dat herkenbaar is aan een gevelsteen of door een versiering aan dat huis, of een markant gebouw. Dat verandert, eerst door verschillende systemen van huisnummering en daarna door het geven van namen en huisnummers, aan de rechterkant van de straat - gezien vanuit het centrum of de kerk-   oplopend een even nummer en aan de andere kant een oneven nummer. Het systeem van huisnummering is in Nederland in 1805 ingevoerd, in de zogenaamde Franse tijd (1795-1813).

Vanaf 1830 zijn in het oudst bekende “Register van ingezetenen” van de gemeente Baarderadeel de huizen in Mantgum voorzien van een huisnummer. In 1830 waren er 45 huisnummers in Mantgum. Het systeem van  huisnummering is sindsdien regelmatig herzien. Informatie daarover is te vinden in Ald Mantgum  (klik hier)

In 1978 voerde PTT Post de postcode in.

Sinds 1 maart 1966 hebben alle straten in Mantgum een naam. Een jaar daarvoor stelt Doarpsmienskip Mantgum het college van burgemeester en wethouders van de toenmalige gemeente Baarderadeel voor de straten een naam te geven. Op 18 oktober 1965 neemt de gemeenteraad de suggesties van Doarpsmienskip Mantgum over, op één voorgestelde naam na. Enige discussie is er over de naam Frijbuorren. Frijhôf of Frijbuorren is in de middeleeuwen een toevluchtsoord dicht bij kerk en pastorie dat bescherming biedt aan personen die worden vervolgd. De naam Frijbuorren wordt op advies van de Nammejowingskommisje van de Fryske Akademy overgenomen. Deze commissie raadt af om die naam ook te geven aan het verlengstuk. Dat staat bekend als de Oaljekoekshoeke of Oaljekoeksbuert. Deze namen zijn ontleend aan de geur van oliebollen die daar destijds vaak worden gebakken. De gemeenteraad vindt de naam Oaljekoekshoeke wat denigrerend, ja zelfs discriminerend voor de bewoners die er dan wonen. Uiteindelijk besluit de gemeenteraad te kiezen voor de naam Fearhûshoeke, het alternatieve voorstel van Doarpsmienskip Mantgum. Deze naam verwijst naar het voormalige veerhuis (Fearhûshoeke 5).

Enkele straten krijgen namen die zijn afgeleid van historische inwoners van Mantgum.
Seerp van Galemawei. Deze grietman van Baarderadeel leefde van 1528 – 1581 en woonde op de voormalige state Hoxwier (afgebroken tussen 1746 en 1748). Eerdere –officieuze-benamingen voor (gedeelten van) deze straat zijn o.a. Stationsweg, Stationslaan, Kunstweg, Villalaan, Waaigat, De Holte, Kerkstraat, Sintelpad en Zwarteweg.
His van Botnialeane (de vrouw van Seerp van Galema), Dokter Fokkewei (een voorname dokter uit de 19e eeuw) en Master Jansenstrjitte (schoolmeester in Mantgum van 1860 – 1907).

Officieuze straatnamen, bijvoorbeeld Villalaan, komen wel voor in officiële aktes.

De namen van de overige Mantgumer straten in 1966 worden al sinds lange tijd in de volksmond gebruikt en worden dan officieel De Kamp, It Bosk en De Wâl.
De Kamp is een toponiem (= plaatsaanduiding) waarvan bekend is dat die al in begin van de 19e eeuw werd gebruikt.
It Bosk kreeg die naam omdat daar meer bomen stonden dan elders in het dorp.
De Wâl, herinnert aan de haven die daar tot halverwege de jaren zestig van de 20e eeuw was. De echtgenote van de toenmalige caféhouder Jellema wilde niet dat het straatnaambordje met de naam De Wâl werd bevestigd aan de muur van het café. Ze vond dat associaties met het café en de Walletjes, de rosse buurt in Amsterdam, moesten worden voorkomen.
De verbinding tussen de Master Jansenstrjitte en de Frijbuorren is een particulier pad en werd De Steeg of Het Steegje genoemd.

Buiten de bebouwde kom van het dorp liggen Tsjeintgum, Skillaerd en de Hegedyk.

Tsjeintgum, van oorsprong een aantal boerderijen op een terp ten westen van Mantgum. Deze terp is half afgegraven maar nog duidelijk zichtbaar.

Skillaerderdyk, de weg naar het ten zuidwesten van Mantgum gelegen Skillaerd (Schillaard). Volgens een legende ontstond Skillaerd door een ruzie tussen twee zusters over de plaats van de te stichten kerk in Mantgum. De ene zuster wilde die kerk in het dorp. De andere zuster was daar tegen omdat haar uitzicht dan werd bedorven. De oudste zuster stuurde haar jongere zuster het huis uit onder de uitroep: “Gaat heen, gij zijt een schillaard” (= iemand die meningsverschillen veroorzaakt). De weggestuurde zuster liet toen een kerk bouwen op de plek die zij Schillaard (Skillaerd) noemde.

Hegedyk is de weg oostelijk van Mantgum over de dijk langs de tussen 1200 en 1300 dichtgeslibde Middelsee.

In 1970 start een uitbreiding van het dorp. Tegenover het toenmalige gemeentehuis aan de Seerp van Galemawei komen 16 woningen. Het wordt gebruikelijk dat burgemeester en wethouders van Baarderadeel suggesties vragen aan Doarpsmienskip Mantgum voor het geven van namen aan nieuwe straten. Na de gemeentelijke herindeling in 1984, zet de nieuwe gemeente Littenseradiel deze gewoonte voort.

Doarpsmienskip Mantgum stelt het college voor om aan het nieuwbouw gedeelte de naam Swannedrift te geven. Deze naam herinnert aan het sinds 1529 door Hector en Aesge van Hoxwier vastgelegde recht van zwanenjacht. De bewoners van de ten noordoosten van Mantgum gelegen state Hoxwier mochten wilde en gemerkte zwanen houden en er op jagen. Het jachtterrein strekte zich uit over een gebied rond Hoxwier zover als de klokslag van de Mantgumer kerktoren hoorbaar is. De Friese versie van zwanenrecht is Swannedrift.

De state Hoxwier is in de jaren veertig van de 18e eeuw afgebroken.

Een volgend uitbreidingsplan maakt tussen 1974 en 1978 de bouw mogelijk van de OBS De Gielguorde en 81 woningen. De school en 22 van de woningen staan aan de Master Jansenstrjitte. Voor de overige 59 woningen komen tussen de Swannedrift en de spoorweg enkele straten die alle de naam Gibbeflecht krijgen. Gibbeflecht is een oud Fries woord voor duiventil (douwematte). In het poortgebouw van Hoxwier zaten openingen die fungeerden als duiventil.

Achteraf blijkt het geven van één naam voor meerdere straten problemen te geven bij het vinden van het juiste adres.

Op 24 augustus 1976 besluiten gedeputeerde staten van Fryslân akkoord te gaan met de bouw van 60 woningen in Mantgum. De hiervoor aangelegde straten krijgen namen die zijn ontleend aan de namen van weilanden rondom Mantgum.
Het gaat hierbij om: De Ponge, De Finne, Kolmar, It Spyk, en een deel van De Wide Hoeke.
Voor de bouw van het gymnastieklokaal is in 1981 in het verlengde van de Swannedrift een gedeelte van een weg aangelegd. Dat gedeelte is in 1997 doorgetrokken tot aan It Bosk. De weg krijgt de naam Om ‘e Terp omdat deze met een wijde boog om het gebied van de dorpsterp loopt.
In 1989 krijgt op voorstel van Doarpsmienskip Mantgum het pad tussen de Nederlands Hervormde Kerk en It Foarhôf, de voormalige consistorie, (nu Seerp van Galemawei 5-7) de naam Waaigat. Het gedeelte van de Seerp van Galemawei tussen de kruising met De Kamp/ Master Jansenstrjitte en de Frijbuorren zou begin 20e eeuw ook Waaigat zijn genoemd. Een andere naam voor dat gedeelte van de weg was De Holte.

Op  8 december 1990 geeft Douwe van der Til, lid van het college van gedeputeerde staten van Fryslân, het officiële startsein aan de verkoopcampagne voor het woonplan Mantgumervaart. Hij onthult een paal met de namen van nieuwe aan te leggen straten:

De Mêden, meervoud van It Mêd, het stuk land dat één man op één dag met de zeis kan maaien, ongeveer 50 are (= 50 x 100m2), De Dobbe, een poel zonder aan- of afvoer, drinkplaats voor vee, De Barte, een losse houten brug over een sloot, It Stalt, een steigertje waarop vroeger melkemmers worden schoon gespoeld, De Jister, van een afscheiding voorzien stuk weiland waar koeien worden gemolken en It Soal, vaargeul.

De straten van de tweede fase van het plan Mantgumervaart krijgen in 1998 de namen:

De Skuorrereed (wagenpad in schuur langs hooi- of graanvakken), De Mielgong (looppad in het koehuis), It Hiem (erf of bedrijfsgedeelte van boerenerf), De Grêft (gracht) en De Golle (hooivak of graanvak).

Tegenstanders van de naam De Skuorrereed voerden aan dat deze aanleiding kan geven tot misverstand. Het gaat hier niet om reed in de betekenis van pad maar om een straat of weg. Bovendien wekt reed bij niet-Friezen de associatie op van gat of achterste. De gemeenteraad heeft de bezwaren tegen de naamgeving De Skuorrereed verworpen.

Geraadpleegde bronnen:
Besluiten van de gemeenteraden van Baarderadeel en Littenseradiel die betrekking hebben op straatnaamgeving, Wikipedia en het Goïnga archief.